Met ons ensemble richten we  ons  met name op het klassieke repertoire dat tussen 1650 en 1750 is gecomponeerd.

De Barokke en Renaissance periode geven ons voldoende materiaal om een gevarieerd programma te spelen. Voor de blokfluit zijn in deze periodes vele composities geschreven.

Vivaldi en Telemann zijn meer dan bekend, maar daarnaast zijn er nog velen die hun bijdrage daaraan leverden. Enkele voorbeelden hiervan zijn Pachelbel, Purcell , Lully, Buxtehude, Händel, Willaert, Orlando di Lasso en Josquin des Pré.

Ook het meer moderne werk gaan we niet uit de weg, bijvoorbeeld die van  Arvo Pärt en Karel van Steenhoven.

Nieuw in ons repertoire:
"Zwei equale" van Anton Bruckner.

Romantiek-in-de-muziek
stijlperiode uit de muziekgeschiedenis.
De periode van de Romantiek overlapt de Klassieke Periode voor de duur van ongeveer twintig jaar. In het algemeen duidt men de 19e eeuw aan als de romantische periode in de muziekgeschiedenis.

De romantiek is te specificeren in de volgende periodes: Vroege Romantiek (1800-1830), Hoogromantiek (1830-1850) en Late Romantiek (1850-1890).

In romantische composities komt het subjectieve levensgevoel tot uiting. De componist zoekt wegen die op het gebied van vorm, toon en instrumentgebruik daarbij aansluiten. Qua vorm is deze ontwikkeling al te zien bij Beethoven die in zijn Negende Symphonie ("Koorsymphonie") voor het eerst een koor in de van oorspong puur instrumentale bezetting van een symphonie integreert. De romantiek verkent de klassieke grote terts- kleine terts-tonaliteit tot aan haar grenzen, die aan het einde van de eeuw overschreden worden. De orkesten worden groter en de componist stelt hoge eisen aan de technisch perfecte solist, wat wordt weerspiegeld in de opkomst van de virtuozen van de negentiende eeuw (Franz Liszt, Niccoló Paganini, Pablo Sarasate).

Allereerst was de Romantiek een puur Duits gegeven. Carl Maria von Webers Opera "Der Freischütz", evenals het latere werk van Beethoven en met name de composities van Franz Schubert geven blijk van het nieuwe levensgevoel. Na 1830 (Hoogromantiek) wint de Romantiek, die sterk wordt beïnvloed door de literatuur, terrein in de rest van Europa. De Late Romantiek wordt ingeluid met de dood van Mendelssohn (1847), Chopin (1849) en Schumann (1856). Vanaf die periode lopen de nationale ontwikkelingen sterk uiteen. In Duitsland komt de "Neudeutsche Schule" tot bloei met vertegenwoordigers als Franz Liszt of Richard Wagner. Daartegenover staan Johannes Brahms en Anton Bruckner.

De periode van de Romantiek mondt uiteindelijk vloeiend uit in het stijlplurisme van de 20e eeuw. Het meest in het oog springende kenmerk dat het einde van de Romantiek in de muziek markeert, is het loslaten van het traditionele systeem van kleine en grote terts, wat uiteindelijk leidt tot atonaliteit.

================================================================================
Muziek,
Vloeiende overgangen van de klassieke stijl naar de romantiek, in het bijzonder bij beethoven. De oneindigheidsdrang van de romantiek uit zich vooral in een uitgebreide harmoniek die de klassieke grenzen overschrijdt. Deze karakteristieke stijleigenschappen van het hoogtij van de romantiek vinden in wagner de meest gewaagde uitdrukking. Daarmee verbonden is in de muziek van de romantiek het zoeken naar nieuwe klankeffecten. De melodiek putte vooral uit volksliederen, maar tegelijkertijd zochten geëscaleerde subjectieve gevoelens, vaak vervuld van sterk tegenstrijdige stemmingen, een expressieve uitweg.

Bij Carl-Maria-von-weber en ook gedeeltelijk bij Schubert (als schepper van het nieuwe Duitse lied), bestaat een toewijding tot het volk, tot de nationale intensivering van de gevoelsuitdrukking en scheppen van natuurstemmingen. Bij Berlioz ontwikkelt zich de overwegend ééndelige vorm van het 'symfonische gedicht' (programmamuziek), verder ontwikkeld door Liszt, die met wagner de 'Nieuw-Duitse richting' vertegenwoordigt.

Het concert, bij Mendelssohn nog in klassieke banen, wordt bij Schumann tot een concertante, romantische fantasie, bij Brahms tot een symfonie met een dominerende solo. De pianomuziek kreeg speciale aandacht van Chopin, Schumann, Liszt, Mendelssohn. Bruckner vertegenwoordigt met zijn orgelmissen de kerkelijke muziek.

De late romantiek gaat door tot in de 20e eeuw: R. Strauss, Pfitzner, Reger, Mahler. Belangrijk voorbeeld voor de invloeden van de Duitse romantiek in het buitenland is Tschaikowski.